|
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek Je bent in verwachting en hoopt op een goede zwangerschap en een gezond kind.
Je levensstijl voor & tijdens de zwangerschap zijn hierin uiteraard heel belangrijk. Buiten deze gezonde levensstijl zijn er echter ook factoren die je niet zelf in de hand hebt. Je baby kan bijvoorbeeld ziek worden door schadelijke stoffen, bacteriën of virussen die zich in jou bloed bevinden. Om ook deze factoren in beeld te krijgen wordt aan het begin van je zwangerschap bloedonderzoek gedaan. Mocht uit dit onderzoek blijken dat je baby kans heeft om ziek te worden, dan is het vaak mogelijk om jou te behandelen en daarmee je baby te beschermen.
Je krijgt daarom tijdens een van de eerste controles bij ons de aanvraagformulieren mee voor het bloedonderzoek. Je kunt dan bloed laten prikken op de prikpoli in het Laurentiusziekenhuis. Dit kan tussen 07.30 – 17.00 uur. De uitslagen worden naar onze praktijk gestuurd en zullen we met je bespreken.

Onderdelen bloedonderzoek
Het bloedonderzoek gebeurt alleen met jouw toestemming. Je kunt ook aangeven dat je bepaalde onderdelen uit het onderzoek wilt weglaten. De onderdelen die standaard worden onderzocht zijn:
• Bloedgroep
• Hemoglobinegehalte
• De rhesus D factor
• Andere anti-stoffen
• Hepatitus B
• Lues (syfillis)
• HIV
Waarom al deze onderdelen?
• Bloedgroep
In verband met eventuele bloedtransfusies is het belangrijk om je bloedgroep te bepalen.
• Hemoglobinegehalte
Hierin wordt bepaald of je bloedarmoede hebt. Mocht dit het geval zijn, dan is dit goed te behandelen en niet schadelijk voor je kind.
• Rhesus D factor
Dit is een stof die in je bloed aanwezig moet zijn. Heb je dit niet (Rhesus-D-negatief), dan is dit verder niet zo bijzonder. Het is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je ogen en je haar.
Echter wanneer je Rhesus-D-negatief bent, dan vraagt dit om extra aandacht tijdens je zwangerschap. Dit om complicaties te voorkomen bij een eventueel Rhesus-D-positieve baby. Het kan namelijk zo zijn dat je baby bloedarmoede krijgt doordat het bloed van jou in aanraking komt met het bloed van de baby.
Het is dus belangrijk om je Rhesus-D-factor vast te stellen. Hiervoor zijn twee mogelijkheden:
1. Als je rhesus-D-positief bent, gebeurt er verder niets
2. Ben je wel negatief, dan word je bloed in week 30 nog een keer onderzocht op eventuele rhesus antistoffen. Daarnaast krijg je een injectie met antirhesus-D-immunoglobuline. Deze injectie zorgt ervoor dat de kans nog kleiner wordt dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De baby merkt niets van deze injectie en loopt geen enkel risico.
Na de bevalling wordt, als je Rhesus-D-negatief bent, ook je baby gecontroleerd. Hiervoor wordt bloed uit de navelstreng genomen. Mocht het kind positief zijn, dan krijg je binnen 48 uur een antirhesus-D-immunoglobuline toegediend. Daardoor is de kans dat je lichaam zelf antistoffen maakt bijna niet aanwezig. Dat is belangrijk voor al je nog eens zwanger wordt van een rhesus-D-positief kind.
• Andere anti-stoffen
Mocht uit het bloedonderzoek blijken dat er andere anti-stoffen in je bloed aanwezig zijn, dan zal dit worden besproken door de verloskundige en wordt bekeken of verder onderzoek nodig is om de gezondheid van jou en je baby niet in gevaar te brengen.
• Hepatitus B
Hepatitus B is een infectie van de lever door een virus. Soms weet je niet eens dat je dit virus ooit hebt opgelopen maar je bent dan wel drager van het Hepatitus-B virus. Dragers hebben er zelf geen last van, maar kunnen anderen besmetten. Mocht je drager zijn, dan ondervindt je baby hiervan tijdens de zwangerschap geen schade. Maar tijdens de geboorte kan de baby alsnog in aanraking komen met het virus en besmet raken.
Mocht je drager zijn, dan bespreekt de verloskundige met je de kans op besmetting van je omgeving en hoe je deze zo klein mogelijk kunt houden. Bovendien wordt je doorverwezen naar de GGD of je huisarts.
• Lues (syfillis)
Lues is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) die iemand onopgemerkt kan oplopen. In het begin van de zwangerschap beschermt de placenta het kind nog tegen de ziekte. Later echter kan ook het kind geïnfecteerd raken. Deze aandoening moet dus zo vroeg mogelijk in de zwangerschap worden behandeld. Deze behandeling, door middel van antibiotica, zal gedaan worden door de gynaecoloog en krijg je dus een doorverwijzing van de verloskundige.
• HIV
Hiv is een virus dat de ziekte Aids kan veroorzaken. Dit tast het afweersysteem aan. Een zwangere vrouw met Hiv kan dit virus overdragen aan de baby. Om deze overdracht te voorkomen wordt de Hiv-test aan het begin van de zwangerschap gedaan. Dan kan er zo snel mogelijk met de medische behandeling worden begonnen om de overdracht op de baby te voorkomen.
De behandeling zal worden gedaan door een gespecialiseerd Hiv-centrum.
• Rode hond (Rubella)
Rode hond is een infectieziekte, veroorzaakt door een virus. Als je geen anti-stoffen hebt tegen Rode hond kan een infectie tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaken. Mocht je geen anti-stoffen hebben, dan kan in of na het kraambed alsnog een vaccinatie plaatsvinden met BMR (bof, mazelen, rode hond).
Belangrijk!
Hierboven hebben we je geïnformeerd over de mogelijke medische gevolgen bij Hepatitus B, Lues en HIV.
Maar een positieve uitslag kan meer gevolgen hebben dan alleen medisch. Gevolgen die verder gaan. Gevolgen voor je sociale leven. Zo is het belangrijk om te kijken naar besmettingsgevaar voor je partner en je (in)directe leefomgeving.
Zeker een positieve HIV-test heeft gevolgen die verder gaan. Zoals bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypotheek of verzekeringen. Ook zijn er gevolgen voor bv Wao-uitkeringe of ziektekosten.
Voor meer info kun je op de website www.gezondebaby.nl terecht.
|