|
De bevalling
De bevalling is natuurlijk spannend. Vooral als het je eerste kindje is. Maar ook bij een tweede of volgend kindje weet je natuurlijk nooit hoe het deze keer zal gaan. Wanneer gaat het beginnen? Hoe zul je reageren op de weeën?

Elke bevalling is anders en elke vrouw beleeft het op haar eigen manier. Hoe jij je zult voelen als het kindje geboren wordt, kan dus niemand je vertellen.
Wat we je wel kunnen vertellen is wat er tijdens een bevalling gebeurt en hoe je je daar zo goed mogelijk op kunt voorbereiden.
Hoe bereid je je voor >>
Plaats van bevallen >>
Hoe weet je dat de bevalling begint? >>
Wat moet ik klaarzetten voor de bevalling? >>
Wanneer bel je de verloskundige? >>
Wat zijn weeën? >>
Persdrang >>
Baringshoudingen >>
Hoe ga je om met pijn? >>
Hoe bereid je je voor
In de folder “jouw bevalling; Hoe bereid je je voor”, staat alles over de voorbereiding op je bevalling.
Deze folder krijg je tijdens het spreekuur of je kunt hem hier downloaden.

Plaats van bevallen
Tijdens je zwangerschap moet je al na gaan denken waar je wilt bevallen. Er zijn een aantal opties:
-
Thuis:
Als de bevalling is begonnen, komen we langs om te bepalen hoe ver de ontsluiting is en om te controleren hoe het met jou en je kind gaat. Afhankelijk van de ontsluiting en de weeën blijven we of we spreken een tijd af wanneer we weer terugkomen.


Bij een thuisbevalling komt een kraamverzorgster assisteren. Wij bellen het kraamcentrum zodra een kraamverzorgster nodig is.
De verloskundige blijft nog tot ongeveer 2 uur na de bevalling. De kraamverzorgster blijft meestal nog wat langer.
-
Open verloskamer:
Ook wanneer je kiest voor de open verloskamer, zal het eerste deel van de bevalling thuis plaats vinden. Ook dan komen we thuis na melding van de weeën en zullen dan bepalen hoe ver de bevalling gevorderd is. Halverwege de ontsluitingsfase en in gezamenlijk overleg kunnen we samen naar de open verloskamer gaan. Vanaf dat moment blijven wij aanwezig.



Onze begeleiding is hetzelfde bij een thuisbevalling of een bevalling in de open verloskamer.
Als de bevalling goed verloopt, ga je 2 uur na de bevalling weer naar huis. Wij hebben dan in de tussentijd geregeld dat een kraamverzorgster bij jullie thuis zal komen. Dit kan ook ’s avonds of ’s nachts. Maar je kunt er ook voor kiezen om de eerste nacht in het ziekenhuis door te brengen.
Vraag wel altijd even na bij je verzekering of de bevalling op de open verloskamer ook wordt vergoed.
-
Klinische bevalling:
Mocht er in de zwangerschap of tijdens de bevalling een medische indicatie ontstaan dan moet je in het ziekenhuis bevallen. De zorg voor jou en je kindje wordt dan overgedragen aan de gynaecoloog.
<< terug naar top
Hoe weet je dat de bevalling begint?
Er zijn een aantal symptomen die aangeven dat de bevalling is begonnen, namelijk De vliezen breken Dit kan gebeuren zonder enig teken vooraf, maar gebeurt meestal als je weeën hebt. Vruchtwater heeft over het algemeen een heldere, witachtige kleur en er kunnen witte vlokjes inzitten. Je kunt vruchtwater niet ophouden zoals urine en het ruikt zoetig.
- Weeën:
Een wee is een pijnlijke, steeds terugkerende samentrekking van de baarmoeder. Je buik wordt hierbij hard en je kunt de pijn voelen in je buik, in je rug en soms ook in je bovenbenen. Tussen de weeën door is de buik soepel en voel je geen pijn.
- Bloedverlies:
Aan het einde van de zwangerschap kun je soms wat bloederig slijm verliezen en/of de slijmprop. Dit wil nog niet zeggen dat je gaat bevallen.
<< terug naar top
Wat moet ik klaarzetten voor de bevalling?
Vanaf 37 weken moet je volgende spullen klaar hebben staan:
- Kraampakket
- 2 emmers en een vuilniszak
- Bedpan (kun je lenen bij thuiszorg)
- Bed op klossen
Zorg ook dat je een tas hebt klaarstaan met spulletjes voor een eventuele ziekenhuisbevalling. Wat heb je daarvoor nodig?
- Ponskaartje van het Laurentius ziekenhuis
- Kleren voor de baby
- Kleren voor jezelf om in te bevallen en om aan te trekken als je naar huis gaat
- Toiletspullen
- Maxi-cosi
- Fototoestel/filmcamera
- 2 euro munt voor een rolstoel in het ziekenhuis
- De kaart van de verloskundige
Wanneer bel je de verloskundige?
Vanaf 37 weken tot 42 weken mag je onder begeleiding van de verloskundige bevallen. Hieronder de instructies wanneer je contact op moet nemen met ons.
- Je bevalt van je eerste kindje:
1. Vruchtwaterverlies Je moet altijd bellen wanneer:
a. Het vruchtwater groen is
b. Je kindje niet is ingedaald. Ga altijd liggen en wacht tot de verloskundige bij je is.
Als het vruchtwater helder van kleur is, bel ons overdag en ’s avonds direct. Gebeurt het ’s nachts dan kun je wachten met bellen tot de ochtend.
2. Weeën
Bel ons als je 1 à 1,5 uur lang, om de 3 à 4 minuten weeën hebt, die ongeveer 60-90 seconden aanhouden en die je flink moet wegzuchten.
3. Bloedverlies
Wanneer je ruim helderrood bloedverlies hebt, meer dan een menstruatie, moet je ons altijd bellen. Bij een paar druppels bloedverlies is dat niet nodig. Bewaar altijd het bloed wat je verloren hebt.
4. Ongerustheid
Als je ongerust bent of vragen hebt, kun je ons natuurlijk altijd bellen.
5. Open verloskamer
Als je op de open verloskamer gaat bevallen, ga je altijd samen met de verloskundige naar het ziekenhuis. Ga dus nooit zelf naar het ziekenhuis.
-
Je bent al een keer bevallen:
1. Vruchtwaterverlies Je moet altijd bellen wanneer:
a. Het vruchtwater groen is
b. Je kindje niet is ingedaald. Ga altijd liggen en wacht tot de verloskundige bij je is.
Als het vruchtwater helder van kleur is, bel ons overdag en ’s avonds direct. Gebeurt het ’s nachts dan kun je wachten met bellen tot de ochtend.
2. Weeën
Bel ons als je 1 uur lang, om de 4 à 5 minuten weeën hebt, die ongeveer 60 seconden aanhouden.
3. Bloedverlies
Wanneer je ruim helderrood bloedverlies hebt, meer dan een menstruatie, moet je ons altijd bellen. Bij een paar druppels bloedverlies is dat niet nodig. Bewaar altijd het bloed wat je verloren hebt.
4. Ongerustheid
Als je ongerust bent of vragen hebt, kun je ons natuurlijk altijd bellen.
5. Open verloskamer
Als je op de open verloskamer gaat bevallen, ga je altijd samen met de verloskundige naar het ziekenhuis. Ga dus nooit zelf naar het ziekenhuis.
Wat zijn weeën?
Het is moeilijk te zeggen hoe weeën aanvoelen. Een belangrijk verschil tussen ontsluitingsweeën en andere buikpijn is, dat ontsluitingsweeën met een duidelijke regelmaat komen en voelen als hevige menstruatieachtige pijn. Een wee zorgt ervoor dat de baarmoedermond zacht wordt en open gaat, dit heet ontsluiten. Om te kunnen bevallen moet de ontsluiting van de baarmoedermond ongeveer 10 centimeter zijn.
Voorweeën
Voorweeën kunnen ook met een regelmaat komen en pijnlijk zijn, maar worden niet krachtiger en frequenter. Na enige uren stoppen de voorweeën weer of worden minder hevig. Probeer tussendoor goed te rusten en eventueel wat te slapen. Deze weeën verrichten al heel wat voorwerk, maar je gaat er nog niet op bevallen.
Hoe lang duurt een bevalling?
Wanneer de bevalling echt begint, worden de weeën sterker en sterker en volgen elkaar elke 3 à 4 minuten op. Het is niet gemakkelijk om aan te geven hoe lang een bevalling zal duren. Het begin van de bevalling tot 4 à 5 cm ontsluiting kan lang duren, soms een halve of hele dag. Daarna gaat de ontsluiting ongeveer 1 cm per uur. De laatste 2 cm zijn het moeilijkst te verdragen. Als u denkt dat het bijna niet meer vol te houden is, bent u er bijna.
De bevalling van een tweede kind verloopt meestal sneller en heftiger. De baarmoederspieren hebben al ervaring en de baarmoedermond en de bekkenbodemspieren zijn soepeler.
Probeer je tijdens de bevalling over te geven aan de pijn. Als je zelf de controle wil houden, kun je de bevalling vertragen.
Persdrang
Ongeveer tegelijkertijd met het krijgen van volledige ontsluiting, kan ook de persdrang beginnen. De baarmoeder begint dan de baby naar buiten te duwen. Persdrang voelt aan als heel hevige poepdrang. Het is bijna onmogelijk om hier niet aan toe te geven. Onwillekeurig maak je toch persbewegingen.
Als de ontsluiting volledig is en als het hoofdje diep genoeg gezakt is, mag je toegeven aan deze persdrang. De weeën zorgen ervoor dat de baby door het bekken en de stevige bekkenbodem wordt geduwd. Deze weefsels zijn stug, dus er zijn veel krachtige weeën voor nodig. Het hoofdje van de baby zal zich ook nog iets vervormen en aanpassen aan het baringskanaal. Het hoofdje zal een kwartslag draaien ten opzichte van het lichaampje. Als het hoofdje geboren wordt, kijkt het kindje meestal naar beneden in de richting van de anus. Vrijwel direct draait het hoofdje zich terug in de oorspronkelijke positie en kan de rest van het lichaampje geboren worden.
Bij een eerste kind duurt het persen gemiddeld 3 kwartier. Bij een volgende bevalling meestal weer korter.
Baringshoudingen
Veel vrouwen bevallen liggend op de rug. Wanneer een barende vrouw dit als prettig ervaart is het een prima houding om te bevallen. Er zijn echter ook alternatieve houdingen waarin je veilig kunt bevallen. Luister tijdens de bevalling goed naar je lichaam en neem een houding aan die goed voelt. Soms kan de verloskundige je vragen om een bepaalde houding aan te nemen, bijvoorbeeld als ze de hartslag van de baby niet optimaal kan horen of om het persen te bevorderen. Zowel thuis als op de open verloskamer kun je onder begeleiding van je verloskundige in verschillende houdingen bevallen.
Liggende houding
Hierbij beval je liggend op bed. Je voeten staan plat op het bed met je knieën gebogen. Tijdens het persen trek je je knieën naar je toe om zo meer ruimte in je bekken te krijgen.

Het voordeel van liggend persen is dat je rust kunt nemen en even kunt ontspannen als de perswee weg is. Een nadeel kan zijn dat je baarmoeder op grote vaten duwt wat je kindje soms kan merken.
Het kan zijn dat de verloskundige je vraagt iets rechter op te gaan zitten of even op een zij te gaan liggen. Sommige vrouwen vinden het prettig om in zijligging te persen en dat is prima.
Zittende of hurkende houding
Het voordeel van deze verticale houdingen tijdens de uitdrijving is dat de zwaartekracht een handje helpt.

Baarkruk
Je kunt er voor kiezen om op een baarkruk te bevallen. De verloskundige heeft altijd een baarkruk bij zich. Op de baarkruk worden je billen en benen ondersteund. Je partner kan achter je gaan zitten om je zo te steunen tijdens het persen. Bovendien kun je dan tegen je partner aan leunen om uit rusten.

Hurkend
Je kunt ook hurkend bevallen. Ook dan is het prettig om ergens op te steunen, bijvoorbeeld op de knieën van je partner. Hurkend wordt je bekkenuitgang groter wat een voordeel is tijdens het persen.
Hoe ga je om met pijn?
Pijn en pijnbeleving zijn belangrijke aandachtspunten bij elke bevalling. Iedere bevalling is pijnlijk, alleen de mate waarin verschilt, evenals de mate waarin een vrouw lijdt onder de pijn. Hoeveel pijn jij tijdens de bevalling gaat krijgen is niet te voorspellen. Er zijn allerlei manieren om de pijn te verzachten, met en zonder medicijnen, thuis en in het ziekenhuis.
Wij, als verloskundigen, zullen zwangere vrouwen en hun partners voorbereiden op wat komen gaat tijdens de bevalling. Goede voorbereiding kan angst en onzekerheid wegnemen. Je krijgt o.a. uitleg over hoe een bevalling kan beginnen, het verloop van de bevalling, wanneer er contact moet zijn en er wordt ook uitleg over pijnbestrijding gegeven.

In de folder “jouw bevalling; hoe ga je om met pijn”, staat alles over de mogelijkheden van pijnbestrijding.
Deze folder krijg je tijdens het spreekuur of je kunt hem hier downloaden.
|